Zwarte scholen / Trakteren als je jarig bent
In 25 jaar zag leerkracht Asja Schouwergou haar basisschool in de Utrechtse wijk Lombok 'verzwarten'. Maar in het publieke debat over witte en zwarte scholen mist ze haar eigen ervaring: de allochtone leerlingen van nu -en hun ouders- zijn veel beter geïntegreerd dan eerdere lichtingen.
Vrijdagmiddag twaalf uur, voor de kinderen van groep drie is de week weer om. De Jan Nieuwenhuyzenschool in Utrecht stroomt vol met moeders, de meesten gehuld in djellaba's, die hun kinderen komen halen. Juf Asja (57) maakt voor iedereen even tijd. ,,Lokman doet het hartstikke goed'', zegt ze tegen een moeder. ,,Ja hè'', zegt deze. ,,Hij vindt het ook zo leuk.''
De kinderen uit de klas van Asja Schouwerwou hebben namen als Lokman, Meryam, Abdullah, Sibel, Gülnur, Döndunur en Yasin. De openbare basisschool Jan Nieuwenhuyzen is een zwarte school, circa negentig procent van de leerlingen is allochtoon. Dit jaar heeft Asja Schouwerwou, al jaren leerkracht van groep drie, één autochtoon kind. ,,Ben je nou al met de cake rondgegaan Meryam?'', vraagt juf Asja aan een Turks meisje dat vandaag haar zesde verjaardag viert. ,,Doe dat dan maar gauw.''
Op hun verjaardag komen de meeste kinderen met een grote versierde mand op school. ,,Ook alle allochtone kinderen komen nu met zo'n mand'', vertelt Asja Schouwerwou. ,,Vroeger wisten ze vaak niet eens wanneer ze jarig waren.''
Schouwerwou noemt dit als één van de vele voorbeelden van het 'steeds Nederlandser worden' van de allochtone populatie op haar school. Toen ze in 1979 in de Utrechtse wijk Lombok kwam werken, droegen veel Turkse jongetjes nog pyjamabroeken onder hun lange broek. ,,Ze waren vaak zó dik aangekleed'', herinnert de leerkracht zich. ,,Met van die warme borst rokken -prachtig gebreid door hun moeders. Nu zijn hun kleren niet meer van die van de Nederlandse kinderen te onderscheiden.''
Asja Schouwerwou werkte eerst op de Anslijnschool (ook in Lombok), maar die is later met de Jan Nieuwenhuyzenschool gefuseerd. Op beide scholen maakte ze de 'verzwarting' van het onderwijs van nabij mee. Die kwart eeuw vlóóg om, blikt Schouwerwou terug, pas toen er laatst een groot feest was omdat Lombok honderd jaar bestond, realiseerde zij zich dat ze zelf al vijfentwintig jaar in dit stadsdeel lesgeeft.
Vooral de laatste jaren ergert ze zich vaak aan de eindeloze discussies over witte en zwarte scholen. Ze begrijpt elke witte ouder die zijn kind niet 'als enige' naar een zwarte school stuurt, maar hoopt tegelijkertijd dat het beeld dat zwarte scholen slecht zijn, snel verdwijnt. ,,Alsof wij alleen maar krom Nederlands sprekende kinderen in de klas hebben. Of ouders met wie je geen woord kan wisselen. Onzin: vroeger leefden veel moeders nog in een verborgen wereldje, nu kan ik met ze converseren.''
Inderdaad praten de 6-jarigen uit haar klas meer dan fatsoenlijk Nederlands. De meesten zijn Turks of Marokkaans, de rest komt uit landen als Bosnië of Soedan. Vandaag leren ze de letter 'v'; de woorden 'ik', 'maan', 'roos' en 'vis' hebben ze deze week zonder problemen geleerd, net zoals de meeste kinderen uit groep drie elders in den lande doen. Uiteraard, merkt juf Asja eigener beweging op, heeft zij het voordeel dat haar klas niet meer dan achttien leerlingen telt.
,,Binnen de huidige regelgeving tellen de meeste kinderen uit mijn groep elk voor 1,9 kind. Mijn klas van achttien staat daarmee gelijk aan een klas van ruim dertig autochtone kinderen. Deze kinderen vergen zoveel extra aandacht: hun woordenschat is klein, je moet voortdurend controleren of ze alles wel begrijpen en je moet veel investeren om hun ouders bij de school te betrekken.''
Maar als je dat leuk vindt, zoals bij juf Asja overduidelijk het geval is, is dit werk motiverend. Haar onderwijscarrière begon ooit op een witte school, waarna vier zware jaren in het speciaal onderwijs volgden. Daarna besloot ze tot een studie klinische psychologie, maar al tijdens deze studie begon het onderwijs weer te trekken: ze solliciteerde op een vacature 'taakverlichting schoolhoofd' op genoemde Anslijnschool in Lombok, een wijk waar in snel tempo steeds meer buitenlanders kwamen wonen.
Een jaar later, in 1980, werd dat haar speciale taak: de begeleiding van buitenlandse kinderen en hun ouders. Nu lijkt dat heel gewoon, maar in die tijd was dat pionieren, het was nog de periode waarin gedacht werd dat deze kinderen van gastarbeiders niet in Nederland zouden blijven. Asja Schouwerwou heeft alles uit die tijd bewaard, onder andere een vergeeld boekje waarin alle Utrechtse docenten worden uitgenodigd om op de jaarlijkse onderwijsdag over de problemen rond de 'niet-Nederlands-aanspreekbare kinderen' te praten.
,,De onaanspreekbare buitenlandse kinderen noemden we hen'', vertelt Schouwerwou. ,,Wat moesten de Nederlandse leerkrachten met hen?'' Ze toont de plattegrondjes van Utrecht die de deelnemers aan deze onderwijsdag onder ogen kregen. Een zwarte cirkel betekent tien Turkse leerlingen, een witte cirkel tien Marokaanse. In 1974 zijn er, voor het kleuteronderwijs, vier zwarte cirkels en één witte. In 1977 zijn dit er tien respectievelijk zes. Drie jaar later zijn het er al zoveel dat ze niet goed meer zijn te tellen. In Lombok werd besloten een Turks opvangcentrum en een Marokkaans opvangcentrum op te zetten. Kinderen die net in Nederland waren, gingen eerst een jaar naar zo'n opvangcentrum voor ze naar een gewone school kwamen. De directeuren van de basisscholen spraken af wie de Marokkaanse en wie de Turkse leerlingen zou 'nemen'. ,,Mijn school had de Marokkaanse.''
Schouwerwou toont stapels materialen die zij samen met collega's in die tijd heeft ontwikkeld. Integratie-spelletjes, informatiemappen voor Nederlandse kinderen om met andere culturen kennis te maken ('schrijf Utrecht in het Arabisch') en de eigengemaakte krant 'Leren-over-leven in Lombok' voor ouders, in het Nederlands én Arabisch.
,,We wisten eigenlijk zo weinig'', realiseert Schouwerwou zich. ,,We dachten dat ze die krant konden lezen, evenals brieven die we met een speciaal aangeschafte Arabische schrijfmachine hadden geschreven. Pas later kwamen we erachter dat de meeste Marokkanen in Lombok een Berberdialect spreken.''
Die eerste jaren waren de materialen en projecten vooral gericht op gezelligheid en vrolijkheid -Nederlandse kinderen drinken thee op z'n Marokkaans, of krijgen een lesje Arabisch. Langzamerhand werd steeds duidelijker dat deze buitenlanders in Nederland zouden blijven; er kwamen ook steeds meer nationaliteiten bij. Ze toont een plaatje van een punker. ,,We gingen aandacht aan vooroordelen besteden, aan verschillen tussen culturen.''
Met een ongelovige blik kijkt ze nogmaals naar de punker. Als ze ziet hoe makkelijk de kinderen uit haar klas nu met elkaar omgaan, is het bijna niet meer voor te stellen dat ze destijds zulke projecten moest verzinnen. Haar conclusie na vijfentwintig jaar 'begeleiding van buitenlandse kinderen', de taak waar ze in 1979 mee begon: deze kinderen en hun ouders zijn sneller veranderd dan ze zelf voor mogelijk had gehouden.
,,Vroeger kwamen veel kinderen na de zomervakantie niet opdagen, of ze kwamen ziek van vakantie terug. Onder de zweren zaten ze soms, of ze waren sterk vermagerd, ik denk door de hitte in hun thuisland en de slechte kwaliteit van het water. Ook zijn twee kinderen door een auto-ongeluk omgekomen en is er één verdronken. De meeste kinderen waren niet aan verkeer gewend en konden ook niet zwemmen. Dat gebeurt nu allemaal niet meer: de kinderen zitten gezond op de eerste schooldag in de bank en leren net als de Nederlandse kinderen zwemmen.''
De knutselwerkjes die de kinderen op school maakten, vond juf Asja jaren achtereen in de prullenbak of op het schoolplein terug. De kinderen namen de werkjes niet mee omdat ze wisten dat hun ouders zulk gefröbel niet waardeerden. Nu reageren de ouders van Asja's leerlingen enthousiast op elk werkje. ,,Een meisje vertelde mij laatst ook dat haar zus haar kinderen Nederlands opvoedt. 'O ja?', vroeg ik. Ja, zei ze, de kinderen moeten luisteren, zelf hun schoenen aantrekken en zelf hun jasje ophangen.''
Ook bij de cursussen die Asja Schouwerwou aan de ouders geeft, merkt ze nu enthousiasme en betrokkenheid. Ze vertelt hen in tien sessies hoe zij de kinderen leert lezen, schrijven, rekenen en zelfstandig werken. De opkomst is groot -meestal komen de moeders- en de adviezen worden goed opgevolgd. ,,Als ik hen aanraad lid te worden van de bieb, doen ze dat de volgende dag. Laatst vertelde ik ook over scharen voor linkshandigen. Een vader dacht dat ik een grapje maakte; hij wilde er meteen één hebben. Deze vader was trouwens Nederlands...''
Zelf wordt het personeel van de Jan Nieuwenhuyzenschool nu bijgeschoold in het Dalton-onderwijs. De docenten leren hoe ze vaker met groepjes kinderen kunnen werken (minder klassikaal) en hoe ze hen zelfstandiger kunnen laten werken. ,,We hopen zo meer Nederlandse kinderen te trekken. Lombok is de laatste jaren steeds witter geworden, we willen graag een afspiegeling zijn van de wijk.''
Asja Schouwerwou gelooft niet dat dwangmaatregelen de segegratie in het onderwijs kunnen verminderen. Experimenten in andere gemeenten met busjes die kinderen over de stad 'spreiden' hebben niet gewerkt. Nu wil minister Van der Hoeven dat zwarte scholen nog maar voor tachtig procent van hun achterstandsleerlingen extra geld krijgen, als stimulans om witte kinderen binnen te halen. ,,Hoe moeten we dat doen? We kunnen die ouders toch niet dwingen?''
Als ze zelf minister van onderwijs zou zijn, zou ze ook geen oplossing weten, erkent Schouwerwou. Uiteindelijk, hoopt ze, lost de tijd het vanzelf op. Ouders gaan dan kiezen voor kwaliteit. ,,Als ik zie hoe goed veel ex-leerlingen het nu doen, denk ik dat zij voor hun kinderen het beste zullen kiezen. Ze zijn opgegroeid in Nederland en grijpen hun kansen -zwart of wit maakt dan niet meer uit.''
Trouw | Gonny ten Haaft | 30-08-04
Omhoog
|
Relevante links
|