Hulp voor etnische starter
Allochtone ondernemers hebben het niet makkelijk. Daarom begint de gemeente Utrecht met de Kamer van Koophandel een speciaal project -PNO- voor eerste- en tweedegeneratie-buitenlanders die een eigen bedrijf beginnen.
De bedoeling is dat er meer en professionelere etnische ondernemers komen in de stad. Voor hun ondersteuning is 310.000 euro beschikbaar.Allochtonen hebben hun eigen opstartproblemen: minder kennis van de taal en de Nederlandse markt, negatief imago, last met het verkrijgen van kredieten.
Ook trots speelt een negatieve rol. ,,Er wordt bijvoorbeeld sneller een Mercedes gekocht zonder dat daar geld voor is, faillissementen worden niet tijdig aangevraagd,’’ staat in de nota Nieuw ondernemerstalent in Utrecht.
Voor een deel lopen de eerste- en tweedegeneratie-buitenlanders wel tegen dezelfde problemen aan als Nederlandse starters: ze hebben moeilijkheden met de administratie, met regels, slechte voorbereiding.
Etnische starters zitten vaak in traditionele sectoren als winkels, groothandel, horeca. Maar er komen steeds meer bedrijfjes bij in de zakelijke dienstverlening, de bouw en het transport.
Om hun een steuntje in de rug te geven, gaat PNO starters persoonlijk benaderen, meer voorlichting geven over het starten van een bedrijf en rolmodellen inzetten.
Van de ruim 15.000 huidige Utrechtse ondernemers zijn 3500 personen van niet-Nederlandse afkomst. De helft van deze groep is afkomstig uit een westers land, de andere helft niet.Van de starters is zelfs één op de drie allochtoon.Utrecht telt bijna 3700 bedrijven die worden gerund door een ’nieuwe Nederlander’; hier werken zo’n 30.000 mensen.
AD | 2-04-07

|