Utrecht koopt omstreden sojafabriek uit
Utrecht - Het was gisteren een historische dag voor Utrecht-West. Toen besloot het stadsbestuur dat het 37miljoen gulden over had voor de sluiting van de sojafabriek, die sinds 1908 in Oog in Al staat.
De weeïge lucht uit de 60 meter hoge fabrieksschoorsteen waaiert regelmatig uit over de wijken Oog in Al en Lombok. Uit enquêtes van de Stichting Oog in Al Leefbaar bleek dat een groot deel van de wijkbewoners last heeft van de sojafabriek Cereol; behalve van de stank, ook van de honderd dagelijkse 'vrachtwagenbewegingen' over de E.Meijsterlaan. Na 'Enschede' steeg ook de angst voor ontploffingen, ook al bleek uit onderzoek dat de veiligheidsrisico's klein zijn. 'Kleiner dan van autorijden of het opsteken van een sigaret', zoals verantwoordelijk wethouder M.van den Bergh (Leefbaar Utrecht) in maart van dit jaar nog in een brief aan de bewoners schreef. Cereol heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het bedrijf uit de wijk zou vertrekken, als er genoeg geld op tafel zou worden gelegd. Er kwam alleen nooit een bod. Directeur C.Oomen zei vorig jaar nog dat een geheel nieuwe fabriek van dergelijke omvang 100miljoen gulden zou kosten. De taxatie van Stichting Oog in Al Leefbaar kwam op 40miljoen gulden. Uiteindelijk heeft het hoofdkantoor van Cereol in Parijs ingestemd met een schijnbaar laag bedrag van 37miljoen gulden, het bedrag dat rolde uit de zes onderhandelingsgesprekken, die Cereol en de gemeente hebben gevoerd. De fabriek zat klem in de wijk. Het bedrijf investeerde vorig jaar nog miljoenen, maar tegen elk verzoek om productie-uitbreiding of een nieuwe vergunning werd langdurig geprocedeerd. Cereol, de gemeente en de Stichting Oog in Al waren kind aan huis bij de Raad van State. De steeds scherpere milieuregels waren als een mes op de keel van de Cereol. Een fabriek die zo moet vechten voor elke innovatie, kan op termijn niet overleven. Het college zegt een grote stap te hebben gezet met het besluit tot uitkoop van Cereol. Hoewel het bedrijf op de afzonderlijke punten geen normen overschreed, vond het college de belasting van de fabriek op de leefomgeving zo groot, dat het een dergelijke forse investering rechtvaardigde. 'De overlast strekt van Lombok tot Leidsche Rijn', zoals wethouder Van den Bergh het omschreef. Drie opeenvolgende milieuministers wilden de afgelopen tien jaar niet bijdragen aan de uitkoop van Cereol; het college legt nu zelf 37miljoen gulden op tafel. Dit geld komt uit het potje 'weerstandsvermogen' van de gemeente. Hierin is twee jaar geleden 100miljoen gulden extra gestopt, vanwege de risico's van het bereikbaarheidspakket van de gemeente. Het stadsbestuur hoopt een deel van het geld terug te krijgen van het Rijk en uit winsten op de woningbouw op de grond, waarop nu nog enkele maanden de fabriek staat.
Utrechts Nieuwsblad |Charlotte Huisman
7 november 2001
|