|
 |
|
Paardenslager Van Beek overleden
Diverse dichters en schrijvers uit Lombok hebben zich laten inspireren door de paardenslager.
Hieronder zijn deze berichten voor zover bekend verzameld als een eerbetoon aan overleden paardenslager uit Lombok, de enige in de omtrek van Utrecht. |
 |
Lied uit Mijn Bitterzoet Lombok
Naar aanleiding van het overlijden van Willem van Beek, die aardige man, tevens de paardenslager in de Kanaalstraat -ik schuif altijd graag aan in de rij voor die heerlijke worst-, moest ik terugdenken aan het stuk dat Stut Theater met bewoners van Lombok in 2004 maakte (Mijn bitterzoet Lombok), speciaal het liedje dat ik naar aanleiding van tientallen interviews schreef over de roemruchte winkels op de Kanaalstraat. Daarin wordt ook de paardenslager glorieus ten tonele gevoerd- en terecht!
1.
Zeg, weet je nog wel hoe Lombok was
Voor de grote volksverhuizing
Toen alles nog eg Utregs sprak
Het was vlak na de bevrijding.
De vijand verdreven, het volk bevrijd
De moffenlel geschoren
Juichend liet de nieuwe tijd
Zich in de straten horen
2.
Ik weet nog al je winkels van toen
Van de Damstraat tot aan de J.P. Coen
Van Koert en Kilsdonk en Kastelijn
Tot aan Vaart en Vulto en van Zijl
De dubbeltjeswinkel met galanterieën
De meiden van Peek bedienden gedrieën
En de eerste prijs in de winkelweek
Was voor paardenslagerij van Beek
3.
Daar klonk door de winkel van van Wees
De luide groet van gekke Kees
Rooie Stelten gaf een plaatjesset
Aan gekke Arnold Spijkervet
Wim Sonneveld, hij is allang nu dood
Maar daar loopt ie in zijn monty-coat
En Kale Krul van de Zanzibar
Koopt spinaat aan Greet haar groentenkar
4.
Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
Met je kin aan de kapstok in de Lombokstraat
Als je eens wist van hoe weinig mijn moeder het dee
Met Lubrogehakt en mollenbonen van van Lee
Een sneetje met suiker en schuifkaas toe
Een halve tompouce op zondag af en toe
En voor troost naar de kerk op de Staringstraat
Van Onze Lieve Vrouw van goede Raad.
Refrein:
Ach Lombok, ik weet: het was een warme tijd
Want alles in het leven gaf zekerheid
Jij was een volkswijk met een gouden rand
Met het stil geploeter van je middenstand
Met je knusse winkels op iedere hoek
Het is de nostalgie uit een vergelend boek
Maar een boek lees je nooit van achter naar voren
De Kanaalstraat laat nu een andere hartslag horen.
Jos Bours | 18-10-07

|
scene uit Mijn bitterzoet Lombok
|
Paardenslager Wim van Beek is dood
Onder het bericht over zuurvlees dat ik hier (De Contrabas red.) laatst publiceerde, werd gefilosofeerd over de toekomst van de winkel van paardenslager Wim van Beek. Helaas las ik vandaag heel slecht nieuws, in dit verband. De slager is dood en al begraven.
Die ochtend reed een zwarte paardenkoets door de stad naar de begraafplaats St.Barbara. Volgauto's met directe familieleden erachter. Bij het kerkhof stonden enkele honderden mensen te wachten. In de kapel volgde een waardige plechtigheid, waarna iedereen op het kerkhof afscheid nam van paardenslager Wim van Beek.
Een paardenslager, voorgetrokken door zwarte paarden, op weg naar zijn laatste rustplaats... Genoeg inspiratie voor F. Starik (vaste klant bij Van Beek) om een fraai gedicht te schrijven waarin hij deze echte Utrechter herdenkt. Het is te lezen in de Kleine Zaal >>
Chrétien Breukers | 16-10-07

|
|
Het einde van de paardenslager
Slager Wim van Beek is dood. Hij ligt
opgebaard in een zuivere deken en
moet weggereden in een dure koets.
Het is verdiend, hij wordt getrokken
door zeven zwarte paarden, de dieren
waar hij zoveel van hield dat zelfs
op zijn laatste reis het paard
voor hem moest zorgen op een wijze
waarop hij voor het paard zelf nooit.
Hij hakte het dode dier in stukken, tokkelde
manenvet van onder de manen, vermaalde
de hoeven, verkocht mij de haaspuntjes -
smolt op de tong, kletste zich lang en dienstbaar
aan de mensen weg en kookte worst
van de resten, dat vinden wij lekker, op.
© F. Starik, 2007
| 16-10-07

|
 |
Ode aan de slager door F. Starik
In mijn bundel SONGLOED wordt de navolgende ode aan de slager gebracht:
Slagerij van Beek
De slager komt dicht bij me staan.
Hij wil graag weten hoe het is om met een vrouw te leven / die geen paarden lust om op te eten. Zijn adem / zwaar mijn neusgaten in, lijklucht // zal ons vleeseters omringen. / Mijn lief verdedigt zich: ik koop graag / biefstuk voor mijn man, de bekroonde worst. / Nog even en hij begint als paard te zingen. // Spreidt de neusgaten wijd en vangt te snuiven aan, / probeert te hinniken, legt het zadel op, verlaat / de winkel in galop, schuimt in zijn bit, zal /
iedere hindernis bedwingen.
F. Starik

|
 |
Een verlies
Het was een prachtige herfstdag, toen ik onlangs verstek moest laten gaan op De Ster. Ik moest namelijk naar een begrafenis. De begrafenis van iemand die op een bijzondere manier van betekenis is geweest voor De Ster.
Die ochtend reed een zwarte paardenkoets door de stad naar de begraafplaats St.Barbara. Volgauto's met directe familieleden erachter. Bij het kerkhof stonden enkele honderden mensen te wachten. In de kapel volgde een waardige plechtigheid, waarna iedereen op het kerkhof afscheid nam van paardenslager Wim van Beek.
Wat er zo bijzonder was aan Slagerij van Beek aan de Kanaalstraat is al vaak beschreven. Ik kocht er elke week een verse paardenworst en bracht er in één moeite door ook een mee voor molenaar Piet. Elke week vroegen we ons weer af of die worst het weekend zou overleven of niet. Ons bioritme was er op afgesteld. Het was de lekkerste worst die ik kende. En dat gold ook voor Van Beeks verse vlees. Ambachtelijk en onovertroffen.
Als ik vlees ging halen, nam ik vaak een zakje brandhout mee, dat altijd contant werd betaald. En wat ik meenam naar de molen was niet alleen worst maar ook een bijzonder product als manenvet, het vet dat zich onder de manen van een paard bevindt. Daarmee kun je de lagers van een molen ook smeren als het erg koud is en de reuzel daardoor te hard.
Een winkel waar je nooit een slecht stuk vlees kocht. En een bijzonder contact voor ons als houtzagers. Dat was slagerij Van Beek. Maar ik kwam er sowieso graag. Voor de sfeer, voor de gezelligheid. De slager was een jongensachtige man met een enorme energie en levenslust. Een echte Utrechter, die me begroette met 'ha jochie'. Voor zijn vrouw, zijn dochter en zoons, voor iedereen een groot verlies. En ook ik zal hem missen.
Frank van der Lecq
molenaar Houtzaagmolen de Ster
15 oktober 2007

|
 |
Zeventig jaar paardenslagerij Van Beek
Door Ton van den Berg
De enige paardenslager van Utrecht en omstreken, dat is Wim van Beek. Misschien is hij ook wel de laatste. Vroeger waren er dertien in de stad, de paardenslagerij Van Beek in de Kanaalstraat overleefde ze allemaal.
Er zijn wel andere slagers die paardenvlees verkopen: "Maar dat is invoer uit het buitenland", zegt Wim van Beek. "Ik ben op de Veemarkt in Utrecht de enige Nederlandse paardenslager." In Haarlem en Schiedam zijn er nog collega-paardenslagers van Van Beek, maar dat is het zo'n beetje in Nederland waar de consumptie van paardenvlees niet zo groot is als in buurland België en in Noord-Frankrijk. Daar gaan wekelijks honderden paarden naar de slachterij en zijn er nog tientallen slagerijen die alleen maar handelen in paardenvlees. Van Beek koopt iedere week twee tot drie paarden. Op maandag gekocht worden ze dezelfde dag nog geslacht in Montfoort. Een dag later worden de grote stukken vlees in de slagerij uitgebeend en verwerkt tot sukadelapjes, biefstukken, hamburgers, rookworsten, gehakt en paardenworsten.
Vanaf woensdag is de winkel open voor de verkoop van het verse vlees. Vooral de paardenworst is populair bij de grote groep vaste klanten. In Utrecht is Van Beek dan ook een begrip (wat hij letterlijk tot een reclameslogan bombardeerde). Zeventig jaar bestaat de paardenslagerij van Van Beek deze maand. Zijn vader, Willem, begon er mee in 1937. Hij was eigenlijk paardenhandelaar, net als zijn vader, in Zuilen en startte daarnaast aan de Kanaalstraat de paardenslagerij. Dat zou hij bijna vijftien jaar, maar overleed onverwacht op 52-jarige leeftijd. Noodgedwongen rolde zoon Wim, dertien jaar, het slagersvak in om met zijn moeder de zaak voort te zetten. De slagerij is het leven van het gezin Van Beek.
In de ruimtes achter de winkel doet Wim het uitbeenwerk, rookt hij de worsten en bereidt het gehakt. Bijgestaan wordt hij al jarenlang door zijn vrouw Anneke en dochter Caroline. Zijn twee zoons, Wim en Tony, groeiden ook op in de slagerij maar oefenen nu het vak elders uit. Een zoon week zelfs uit naar Spanje. Ook een paardenslagerij? "Nee, ben je gek. In dat land schieten ze je dan voor je kop." De tegenwerpingen tegen het eten van paardenvlees, voor velen een edel dier, kent Van Beek natuurlijk. "Ik zeg dan altijd dat ze geen leren schoenen moeten dragen, die zijn vaak van de huiden van paarden gemaakt. En ik vraag ze of ze wel weten wat er in kroketten zit, die ze ook gewoon eten. Weet je dat in snacks vrijwel alleen maar paardenvlees wordt gebruikt. Vlees dat wordt geïmporteerd uit Amerika en Canada." BOND. In de vroegere tijden dat vlees een luxe was op het bord van de gewone man, was paardenvlees goedkoop en daarom veel gevraagd.
Er waren diverse paardenslagers in onder meer de Donkerstraat, Lauwerecht, Springweg, Daalstraat en Notebomenlaan. Van Beek kende ze allemaal persoonlijk. "We werkten samen in een Utrechtse afdeling van de Nederlandse Bond voor Paardenslagers. Onderling hadden we een fonds dat als iemand per ongeluk een keer een paard had waarvan het vlees werd afgekeurd, er dan toch inkomsten waren. Maar niemand heeft dat fonds ooit hoeven aanspreken, zo werd het een mooi extraatje voor de vakantieperiode." Hij is 67 en vindt de paardenslagerij nog steeds het mooiste en meest afwisselende werk dat er is en waarom zou je er dan mee ophouden? Graag gaat hij op maandag naar de Veemarkt waar wekelijks circa honderd paarden worden aangeboden.
Samen met vooral Belgische inkopers beoordeelt Van Beek het aanbod. Het liefst koopt hij jonge rijpaarden, van één jaar (enters, zoals ze worden genoemd) of twee jaar (twenters) jaar oud. Die hebben het lekkerste vlees. "Het is mals en fijn van draad. De kleur is ook blanker dan die van oudere paarden. Maar daar houden ze in België weer graag van omdat de smaak voller is." Het vlees van een veulen is nog malser. De beste lekkernij is volgens Van Beek het veulen van het Belspaard, een Belgisch trekpaard. "Dat is net als kalfsvlees supervlees. Ik heb er klanten voor die helemaal uit Groningen komen als ze weten dat ik het heb." De paardenslager vertelt dat hij geen enkele emotionele binding voelt met de dieren die hij inkoopt voor de slacht. Als hij ze bekijkt en bevoelt is dat om te weten of hij er goed vlees aan heeft. Van Beek: "Ik rij geen paard en ik zal ze ook niet gauw voeren. Misschien komt dat ooit nog wel eens..., mijn hele leven draait rond paarden. Thuis is alles paard bij mij. In mijn huis hangen alleen maar schilderijen van paarden."
Ons Utrecht | Ton van den Berg 07

|


|
Paardenslagerij W. van Beek
Paardenvlees geeft kracht' en 'Heden Veulenvlees'. De handgeschreven borden aan de gevel van paardenslagerij W. van Beek in de Kanaalstraat geven al een hint: dit is nog een echt ambachtelijk bedrijf. Overgegaan van vader, die in 1937 startte, op zoon. Een van de laatste paardenslagerijen in Utrecht.
Elke maandag gaat eigenaar Van Beek naar de paardenmarkt. Per week koopt hij drie tot vier paarden. ,,Wij verwerken het hele paard. Niets wordt ingevroren. Alles wat ik overhoud, gaat door de worst." Worst is zijn specialiteit, die hij dagelijks vers bereidt. Zijn klanten komen uit de wijk, maar ook uit de wijde omtrek. Vaak zijn het oud-Lombokkers. Turken en Marokkanen ziet hij nauwelijks, wel Italianen, Hongaren enJoegoslaven.
Focus Utrechts Nieuwsblad | Daniëlle Friedeman
19-3-2002
|
 |
|
|