Achterstandswijken worden hip
DEN HAAG Twee keer per week doet hij boodschappen op de Haagse markt in de Schilderswijk. Stan Scherder woont in Leiden, maar aan de kleine toko bij hem op de hoek heeft hij niet genoeg. „Voor massala een soort kerrie, maar dan drie keer geuriger en lekkerder moet ik toch echt hier zijn“, vertelt Scherder, die ‘gek is op alles wat vreemd is’. De kosten van zijn treinkaartje haalt hij er met gemak uit. „Alles kost hier maar één euro per kilo.“
Even verderop ligt de Transvaalbuurt. Twee jaar geleden nog weigerden enkele banken hypotheken te verstrekken voor huizen in Transvaal omdat die in een achterstandsbuurt stonden. Vandaag de dag wordt in deze wijk, die in hoog tempo wordt opgeknapt, volop ‘werelds gewinkeld’. Op straat is er een levendige handel in Surinaams schaafijs, een pittige roti of zoete Turkse baklava. In de Hindoestaanse winkels liggen de schappen vol met couscouspannen, tempelbeelden en Indiase muziekinstrumenten, en niet alleen voor de buurtbewoners.
„Bankdirecteuren, advocaten, maar ook clubjes vrijgezellen en huisvrouwen komen hier shoppen“, vertelt mevrouw S. Baksi, eigenaar van een foto- annex tabakszaak.
Onderzoekers van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) in Amsterdam signaleren een nieuwe trend: achterstandswijken worden populaire plekken voor vermaak en vertier. Het gaat om oude volksbuurten met veel allochtonen, die tot voor kort no-go-areas waren. Dealers, junks en criminaliteit maakten deze wijken onveilig. Maar ondanks die problemen zijn veel etnische ondernemers er in geslaagd het hoofd boven water te houden. Sterker nog: naast hun vaste allochtone klantenkring hebben ze ook een belangrijk deel van de Nederlandse cliëntèle voor zich weten te winnen.
De trend is vooral zichtbaar in de Randstad, maar ook achterstandswijken elders kunnen uitgroeien tot een hot spot. „Het staat of valt met de concentratie van etnische ondernemers. Woonwijken zijn niet interessant. Mensen gaan niet naar een buurt om te kijken of er Surinamers achter de gordijnen zitten. Maar als er veel soorten goedkope olijven verkrijgbaar zijn, kan zo’n buurt een populaire plek worden“, vertelt Jan Rath, hoogleraar stadssociologie en directeur van het IMES.
Hij benadrukt dat concentraties van allochtonen ook voordelen hebben. „In Nederland heerst een paniekerige sfeer over groepsvorming van etnische minderheden. Ze moeten in verschillende wijken wonen, ze moeten mengen op scholen. Maar drie islamitische slagerijen in één straat is toch juist heel aantrekkelijk? Dan hebben we lekker veel keus.“
Ook de Zeedijk in Amsterdam is jarenlang een no-go-area geweest en nu zeer populair. Halverwege ‘de dijk’ hangt een uithangbord waarop een molen met een Chinees onderschrift staat. De Chinese eigenaar had hier aanvankelijk een handeltje in elektronica. Nu heeft hij naast Chinese spullen ook klompen, delftsblauwe bordjes en plastic tulpen te koop.
De populariteit heeft ook een keerzijde, waarschuwt sociaal-geografe Annemarie Bodaar, een van de onderzoekers. „Op de Zeedijk zijn veel Chinese winkels, maar er wonen bijna geen Chinezen meer. Een Chinatown waar nauwelijks Chinezen rondlopen, kan toch een soort Disneyland worden.“
Hoogleraar Rath onderschrijft die ontwikkeling. „Als mensen massaal naar achterstandswijken trekken, dreigt ook het gevaar van aapjes kijken. Even gluren naar die Turkse of Marokkaanse olijvenverkoper en ’s avonds snel weer terug naar huis. Alleen maar kijken en niet kopen, is niet goed. Maar als ze tijdens het aapjes kijken gewoon hun geld uitgeven, vind ik het niet erg.“
Hot spots
In Nederland zijn er inmiddels diverse achterstandswijken die zich ontpoppen als centra van vermaak en vertier. In Amsterdam is dat de Zeedijk en de Javastraat (oost), in Utrecht de Kanaalstraat in de wijk Lombok, in Rotterdam de West-Kruiskade en in Den Haag de Wagenstraat en de Paul Krugerlaan.
Ook in andere Europese steden groeien achterstandsbuurten uit tot hippe plekken. Een aantal Europese hot spots op een rij: Chinatown in Londen, Belleville in Parijs, Kreuzberg Berlijn en de Dansaertstraat en omgeving in Brussel.
BN de Stem | Carine Neefjes | 21-08-06
|