Stadsvernieuwing, winkels, 'veryupping' en Europees geld brengen Lombok in de lift
Begin jaren tachtig stond de Utrechtse stadswijk Lombok nog voor verpaupering, werkloosheid en spanningen tussen Nederlanders en buitenlanders. Nu heet Lombok een uiterst gezellige multiculturele stadswijk, die laat zien dat het ook anders kan.
"Lombok ontgroeit status achterstandswijk", kopte het Utrechts Nieuwsblad afgelopen zomer. Gaat het inderdaad zó goed met die buurt die ook veel studenten herbergt? Op 5 mei, tijdens de manifestatie 'Lombok Anders', kan iedereen zelf een kijkje gaan nemen.
Lombok: op een prettige manier langs elkaar heen leven. Een regenachtige middag in Lombok, het gebied dat ingeklemd ligt tussen Westplein, Vleutenseweg, Bilitonkade en Graadt van Roggenweg. Overal in de Lombokstraat klinkt geklop en geboor. De woningen in de straat worden gerenoveerd en veel huizen staan in de steigers.
Na een voorzichtig begin eind jaren tachtig, is de stadsvernieuwing sinds 1994 in volle gang. "In totaal is er voor Lombok voor de periode 1994-2004 zo'n 70 miljoen aan gemeente- en rijksgelden beschikbaar", vertelt Ben Verkroost. De assistent-manager van het gemeentelijke Wijkbureau West kan zich vinden in dat bedrag. "Daarmee kunnen we de ideeën zoals die ons voor ogen staan voor tachtig procent realiseren."
Belangrijk voor het welslagen van stadsvernieuwing in een wijk als Lombok, waar veel huizen eigendom zijn van de bewoners, is de samenwerking tussen gemeente en huiseigenaren, benadrukt Verkroost. Bewoners van een eigen huis kunnen rekenen op een subsidie van vijftig procent van de renovatiekosten tot een maximum van een ton. Voor de Van Diemenstraat en omgeving kan dat bedrag eventueel hoger uitvallen.
Leefbaar | In de Riouwstraat zijn de resultaten van woningverbetering goed te zien. Als de zon zich tussen de buien door eindelijk even laat zien, lichten de gezandstraalde gevels helder op. Op de achtergrond torent het kantoorgebouw van de verzekeringsmaatschappij Reaal grootstedelijk uit boven de knusse straat.
"Vijftien jaar geleden was het hier een naargeestige bedoening met verkrotte en haveloze panden. Overal bladderde de verf af", herinnert Huib Wouters zich tijdens een wandeling door de wijk. In 1983 deed deze socioloog van niet-westerse samenlevingen hier onderzoek in het kader van een grote studie naar de etnische verhoudingen in Utrecht. Sindsdien heeft Wouters Lombok niet meer gevolgd en hij is benieuwd hoe het de wijk is vergaan.
De aanleiding voor zijn onderzoek waren de alarmerende berichten over de gespannen verhoudingen tussen buitenlanders en Nederlanders. Wouters: "Het was een tijd van economische crisis en bestuurders vreesden dat het racisme in Lombok door die crisis zou toenemen." Daarbij gingen de bestuurders er volgens Wouters dus ten onrechte van uit dat racisme al een probleem was. Uit het onderzoek, in 1985 gepubliceerd in het boek Vreemd volk, gemengde gevoelens (Frank Bovenkerk et. al.), blijkt dat veel Nederlandse bewoners de buitenlanders aanvankelijk tegemoet kwamen en op allerlei manieren wilden helpen, zoals met het invullen van formulieren. Onder invloed van de economische crisis, het verval van de wijk en de afzijdige houding van de gemeente, namen de spanningen wel toe, maar volgens Wouters waren die niet racistisch van aard. "Het ging om spanningen tussen groepen gevestigden en nieuwkomers die zich niet of onvoldoende wilden aanpassen. Men verwachtte zeker geen gelijkschakeling."
Over de veranderingen in Lombok is Wouters goed te spreken. "Veel woningen zijn flink opgeknapt. De wijk lijkt veel leefbaarder. Buitenlanders zijn zich sterker gaan wortelen." Voor een afgewogen oordeel vindt Wouters echter dat hij opnieuw uitgebreid met bewoners zou moeten praten. Het valt hem op dat er veel minder Nederlandse winkels en horecagelegenheden zijn dan vroeger. Hoe ervaren de Nederlandse bewoners dat? Is dit hun wijk nog wel?
De bejaarde mevrouw Hennevelt vindt van niet. Ze woont hier al 41 jaar en heeft Lombok drastisch zien veranderen. "Vroeger was het hier hartstikke gezellig. Het was zó'n wijk", zegt ze met haar duim in de lucht, achter een kopje koffie in het plaatselijke Dienstencentrum. "Je had hier nog de Jamin, een herenmodezaak, een bloemenzaak, banketbakker Perk, ga zo maar door. Al die Nederlandse winkels gaan weg en er komen buitenlandse voor in de plaats." Ze stoort zich nogal aan de uitstallingen van de buitenlandse winkeliers in de Kanaalstraat. "Al die kraampjes. Misschien wel leuk voor de mensen die van buiten komen, voor de jonge generatie. Maar voor ons? Ik ben bijna blind en kan hier nauwelijks op de stoep lopen."
Slopen | Wat mevrouw Hennevelt ervaart als chaos, omschrijft Pascal Boittin juist als 'levendig'. De jonge Fransman is getrouwd met een Nederlandse. Drieëneenhalf jaar geleden kochten ze een huis in Lombok. "Toeval", noemt Boittin deze keuze. "Via via kwamen we bij ons huis terecht. En deze wijk was niet bijzonder duur." Spijt heeft Boittin niet. Lombok is lekker dicht bij het station, er zijn veel winkels, de wijk leeft en is veilig. Problemen met al die nationaliteiten heeft hij evenmin, maar ook niet veel contacten. "Veel Turken en Marokkanen leven nogal op zichzelf." De klanten van koffiehuis Pamukkale zullen dit niet ontkennen. Het zijn voor het overgrote deel Turkse mannen van middelbare leeftijd en ouder. Jongeren zie je er nauwelijks.
De uit Turkije afkomstige Veysel Uz vindt Lombok er gezelliger op geworden. Negentien jaar geleden begon zijn vader hier een winkel. Hij meent dat de buitenlanders zich helemaal niet meer zo afzonderen en dat met name de jongere generatie Nederlanders en buitenlanders veel meer met elkaar omgaan. "Toen we hier kwamen, was er nauwelijks contact tussen Nederlanders en buitenlanders, nu wel."
Yunus Kabas van de Stichting Welzijn West deelt de mening van zijn landgenoot Veysel Uz dat de verhoudingen tussen Nederlanders en buitenlanders er op vooruit zijn gegaan. Er is volgens hem sprake van meer integratie van buitenlanders in de wijk. Kabas werkt al elf jaar bij Welzijn West en houdt zich bezig met de organisatie van de bewoners. "Die loopt nog wel langs nationale scheidslijnen, maar dat is vanwege de taal en niet vanwege een verschillende doelstelling of zienswijze." De gemeente was tot het midden van de jaren tachtig nog van plan de wijk te slopen en de bewonersorganisaties verzetten zich daartegen. Nu zijn de verschillende bewonersorganisaties de partner van de gemeente in het proces van stadsvernieuwing en verhoging van de leefbaarheid.
Molen | Die leefbaarheid is een ruim en rekbaar begrip. Behalve met de kwaliteit van de woningen en de etnische verhoudingen, omvat het ook zaken als verkeer en veiligheid, werkgelegenheid en culturele en sociale activiteiten. Lombok wordt absoluut leefbaarder, vindt Kabas' collega Frank Meijer. Behalve de stadsvernieuwing levert ook het zogenaamde Urban Programma hier een bijdrage aan. Voor de periode 1996 tot 2000 krijgt Lombok 14 miljoen gulden subsidie van Europa om de leefbaarheid te vergroten, op voorwaarde dat gemeente en rijk samen een drie keer zo hoog bedrag bijdragen. Met dit geld kunnen zaken worden gefinancierd als de renovatie van de molen en de aanleg van het Molenpark. Ook in het nieuwe Volksbuurtmuseum zit 'urban geld', net als in het werkgelegenheidsproject `Ondernemend Lombok' en een project inbraakpreventie. Voor Meijer schuilt achter die grotere leefbaarheid meer dan alleen extra middelen. "Wat Lombok uniek maakt, zijn de bewoners. Er zijn hier veel lokale initiatieven en die maken vanzelf steun los. Dus geld is het grootste probleem niet."
Dat Lombok leefbaarder is geworden door de kracht van lokale initiatieven, vindt ook de heer Schaatsenberg. De voorzitter van de winkeliersvereniging Lombok en eigenaar van een beddenzaak zag in de loop van de jaren zeventig en tachtig hoe Nederlandse bewoners wegtrokken en winkels hun klandizie verloren. "Mensen die om wat voor reden dan ook niet weg kondenen nieuwkomers waren tot elkaar veroordeeld." Voor hem is het omslagpunt in de wijk het midden van de jaren tachtig toen de 'blijvers' zich realiseerden dat ze zouden blijven en de zaken moesten gaan aanpakken in plaats van mopperen. "Op dat moment gingen ze lokale initiatieven ontwikkelen en kreeg je nieuwkomers die gaan helpen. De gemeente heeft dat uiteindelijk opgepikt." Het feit dat veel Nederlandse winkels door buitenlanders zijn overgenomen is volgens Schaatsenberg de redding geweest van Damstraat-Kanaalstraat als winkelgebied. "Anders hadden we nu nauwelijks winkels meer gehad."
Verwittevrouwen | De laatste jaren constateert Schaatsenberg bij een aantal buitenlandse collega's een, wat hij noemt, toenemende Nederlandse oriëntatie. Die hangt samen met de veranderingen in de wijk. De nieuwkomers van nu hebben vaak wat te besteden en dat heeft weer zijn weerslag op de winkels. Veel winkeliers verkopen nu ook wat duurdere producten en besteden meer zorg aan het uiterlijk van hun winkel.
Dat Lombok de laatste jaren meer in trek komt, blijkt ook duidelijk uit de goede verhuurbaarheid van huurwoningen en de prijzen van koopwoningen. Assistent-manager Ben Verkroost van Wijkbureau West: "De prijs van koopwoningen stijgt tegenwoordig, afhankelijk van de straat, met tussen de 12 en 25 procent per jaar." Het zijn steeds meer jongere, veelal Nederlandse, tweeverdieners die de wijk instromen. Nancy Kok, tot oktober 1998 manager van Wijkbureau West, noemde deze ontwikkeling bij haar afscheid het 'verwittevrouwen' van Lombok.(*)
Of Lombok met deze hogere prijzen ook haar multiculturele karakter dreigt te verliezen, zoals Kok vreest, is de vraag. Van verdringing van (buitenlandse) bewoners is volgens Frank Meijer van Welzijn West in elk geval geen sprake. "Niemand hoeft natuurlijk gedwongen zijn huis uit." Ook Verkroost benadrukt dat er in zijn wijk geen sprake is van grote sloop-nieuwbouw projecten waardoor grote groepen minder draagkrachtige, vaak buitenlandse bewoners uit de wijk worden gedrukt. Verdringing acht hij in ieder geval een veel te negatieve term. Maar als met de huidige prijzen mensen 'normaal' vertrekken en hun huis in de verkoop gaat, is het duidelijk dat de instroom nu niet, zoals vijftien, twintig jaar geleden, hoofdzakelijk bestaat uit buitenlanders met een kleine beurs.
Een term als 'verwittevrouwen' verhult dat er nog veel problemen zijn in de wijk. En achter gezellige projecten als de 5-mei viering 'Lombok Anders' of de multiculturele markt `Salaam Lombok' gaat ook een minder harmonieuze werkelijkheid schuil. Grote groepen vooral oudere Nederlanders en buitenlanders leven op zijn minst in onbegrip langs elkaar heen. Ook bewonersonderzoeken en statistische informatie van de gemeentelijk afdeling bestuursinformatie stemmen tot zorg. De bewonerszijn dan wel optimistisch over de toekomst van hun wijk, maar op dit moment telt Lombok in vergelijking met de meeste andere wijken in Utrecht nog altijd veel werklozen en mensen met een laag inkomen. Slechts 4 van de 25 Utrechtse wijken hebben volgens de gemeente een grotere sociale achterstand. Sociale nood is er nog genoeg en veel mensen zitten met schuldproblemen, weet ook Frank Meijer van Welzijn West.
De stadsvernieuwing in Lombok is bovendien pas heel laat ingezet, in vergelijking met Utrecht-Oost en soortgelijke wijken in Amsterdam en Rotterdam. "Wij zaten achteraan in de rij", aldus Meijer. Niet-westers socioloog Huib Wouters vraagt zich zelfs af of er geen sprake is van "too little, too late." Verkroost van het Wijkbureau West is het daar volstrekt niet mee eens. "Het huidige draagvlak onder de bewoners voor de stadsvernieuwing en hun optimistische toekomstverwachtingen laten zien dat de neerwaartse spiraal tijdig gekeerd is." Maar het gunstige beeld behoeft ook volgens hem nuancering: "Lombok zit in de lift, maar die lift is begonnen in de kelder en we zitten nu pas net boven de begane grond." Het succesverhaal is nog niet af. Het bereiken van de bovenste etage zal kortom nog de nodige tijd en inspanningen vergen.
Ublad | circa april 2002 | Henk Boon
* Naar: Wittevrouwen, een oude Utrechtse wijk waar de huizen ook in korte tijd zeer veel duurder zijn geworden, voorbeeld van een wat 'veryupte' wijk.
De verhuisgeneigdheid is in Lombok gering
Gideon Bolt (27) is stadsgeograaf en sinds 1 januari 1997 als aio verbonden aan de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Tijdens zijn studie deed hij onderzoek naar de woonsituatie en segregatie van Turken in drie middelgrote Nederlandse steden: Amersfoort, Delft en Den Bosch. Bolt sprak daartoe met Turkse inwoners van wijken waar relatief weinig buitenlanders wonen en met hun landgenoten in zogenaamde `concentratiewijken', wijken waar een groot deel van de bevolking uit buitenlanders bestaat. "In die steden heb je overigens geen oude concentratiewijken als Lombok; concentratiewijken zijn daar uitsluitend vroeg-naoorlogse wijken", verduidelijkt Bolt.
In zijn promotieonderzoek gaat de stadsgeograaf verder op het ingeslagen pad. Het onderzoek beoogt een verklaring te geven voor de verschillen in de wooncarrière van Turken en Marokkanen in Utrecht en de rol van de buurt daarin. Als vergelijkingsgroep zijn ook Nederlandse respondenten in het onderzoek opgenomen. Bolt: "De centrale vraag is: wil men in de eigen buurt blijven of ziet men de buurt uitsluitend als springplank naar iets beters?"Het onderzoek richt zich vooral op de wijken Lombok en Kanaleneiland, maar ook Lunetten, Rivierenwijk, Dichterswijk en delen van Zuilen en Overvecht behoren tot het onderzoeksgebied. Wat is het grootste verschil tussen de oude wijk Lombok en het naoorlogse Kanaleneiland? Bolt hoeft daar niet lang over na te denken: "Mensen hebben veel vaker bewust voor Lombok gekozen en willen ook veel langer in de wijk blijven. De verhuisgeneigdheid is in Lombok sowieso veel geringer dan in Kanaleneiland." Volgens Bolt spelen zowel de woonomgeving als de bevolkingssamenstelling een rol bij de negatieve waardering van Kanaleneiland. "Turken en Marokkanen voelen zich daar bij elkaar gestopt. Op de vraag of er problemen zijn met Nederlanders geven veel Turkse en Marokkaanse respondenten als antwoord: `Nee, want er zijn hier bijna geen Nederlanders'. Ze hebben vooral problemen met Marokkaanse jongeren."
Succesverhaal | De waardering van Lombok is daarentegen overwegend positief, constateert Bolt, maar veel respondenten geven nogal algemene antwoorden. "Veel Turken en Marokkanen geven aan: `We willen hier blijven, het is hier prettig wonen'. De aanwezigheid van moskeeën en `etnische' winkels speelt wel een rol, maar niet zo'n grote." Ook wijst Bolt op de afwezigheid van grote spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. "Men voelt zich prettig en dat geldt zeker ook voor de meeste Nederlanders in Lombok. Die kwamen toen Lombok al een multiculturele wijk was." Die Nederlandse bevolking bestaat voor een groot deel uit jonge, hoogopgeleide mensen. Daaronder bevinden zich veel studenten en in straten als de Johannes Camphuysstraat en J.P. Coenstraat zijn veel studentenhuizen. "Maar zelfs als je de studenten weg zou strepen, houd je nog een jonge goedopgeleide bevolking over", stelt Bolt, die spreekt van een `positieve selectie'. "De meeste Nederlanders die weg wilden uit de wijk zijn ook weggetrokken". Wel geeft Bolt aan dat er nog een groep is - vooral oudere Nederlanders (zoals mevrouw Hennevelt uit bijgaand artikel) - die die mogelijkheid niet had en die de stadsgeograaf als `achterblijvers' aanduidt.
Is Lombok inderdaad een multicultureel succesverhaal? Bolt: "Dat hangt ervan af hoe je een multicultureel succesverhaal definieert. Als je bedoelt dat de verschillende groepen echt met elkaar samenleven en intensieve banden aangaan, nee. Men deelt bij wijze van spreken niet de lakens. Nederlanders hebben vooral hun contacten buiten de wijk, terwijl Turken en Marokkanen veelal omgaan met landgenoten binnen de wijk. Maar als je bedoelt dat de verschillende groepen op een prettige manier langs elkaar heen leven, ja dan is Lombok zeker een multicultureel succesverhaal. En dat vind ik persoonlijk prima. Men laat elkaar in waarde." Dat wil volgens Bolt nog niet zeggen dat Lombok ook een `succesformule' is die zomaar opvroeg-naoorlogse wijken toegepast kan gaan wordent. "De wijk heeft nu eenmaal een aantal specifieke kenmerken die de andere wijken niet hebben: een centrale ligging en een aantrekkelijke, oude bebouwing. Lombok zal in de toekomst wel kunnen concurreren met Leidsche Rijn; de vroeg-naoorlogse Utrechtse wijken niet."
Ublad | circa april 2002 |
|