Salaam aleikum, waar doet het pijn?''
Utrecht - Ik zou niet graag in een andere wijk dan Lombok willen werken. De patiënten zijn heel verschillend en dat maakt het werk zo leuk,'' vindt Kees Steutel, maatschappelijk werker in het gezondheidscentrum aan de Kanaalstraat. Dit centrum probeert een zeer breed zorgpakket te bieden aan ruim 11.000 verschillende Lombokkers. Het verhuist naar het zorgcomplex Hart van Lombok.
Achter een onooglijk gele gevel aan de Kanaalstraat, niet ver van de J.P.Coenstraat, ligt nu nog het grootste gezondheidscentrum van Utrecht. Bij binnenkomst stuit de patiënt meteen op een verkeerspaal. De bordjes wijzen de weg naar de behandelkamer, fysiotherapie, de tandarts, het consultatiebureau, de wachtkamer en natuurlijk de toiletten. Op een geel bord staat in drie talen 'Receptie hier melden.'
In de wachtkamer is het rond tien uur rustig. Vijf mensen bladeren zwijgend door tijdschriften. Twee kleine kinderen, een Marokkaans en een Hindoestaans jongetje, spelen met grote legoblokken in het midden van de ruimte. Een oude Utrechter gluurt af en toe over de rand van zijn krant naar het spelende grut.
Een wachtende vrouw komt hier al zolang ze zich kan herinneren. Vroeger woonde ik in Lombok, dus was het logisch hier naartoe te gaan. Nu woon ik in Kanaleneiland. Maar ik kom nog graag in dit gezondheidscentrum. De artsen zijn goed en vriendelijk. En alles is hier vertrouwd.''
Die vertrouwdheid is belangrijk voor het centrum. We willen laagdrempelig zijn,'' zegt assistente Lida van der Maat. Doordat haast alle zorg al meer dan twintig jaar in dit gebouw geconcentreerd is, weten patiënten ons makkelijk te vinden.''
Zo divers als Lombok is, zo verschillend zijn de ruim 11.000 patiënten. Directeur Herma Barnhoorn: Je hebt de oude Utrechtse bewoners, maar ook veel studenten, yuppen, tweeverdieners en de laatste tijd weer opvallend veel jonge gezinnen.''
En natuurlijk allochtonen. Ongeveer veertig procent van ons patiëntenbestand is van buitenlandse afkomst. Maar de onderlinge verschillen zijn groot. Bijvoorbeeld tussen de eerste, tweede en derde generatie. Turken, Marokkanen en Surinamers vormen de grootste groep. Maar er zijn ook kleinere groepen van Griekse, Spaanse, Italiaanse, Oost-Europese, Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse afkomst,'' legt Barnhoorn uit.
Vaker | Hoewel het gezondheidscentrum meer autochtone patiënten heeft, komen de allochtonen vaker langs voor behandeling of een consult. Veel allochtonen zitten in een wat zwakkere sociale en economische situatie. Deze mensen doen meestal vaker een beroep op de gezondheidszorg.''.
Zo'n divers patiëntenbestand vergt veel improvisatievermogen als het op taal aankomt. Het centrum heeft beschikking over enkele Turkse en Marokkaanse zorgconsulenten. Sommige artsen en fysiotherapeuten spreken inmiddels een aardig woordje over de grens. En de tolkentelefoon mag het gezondheidscentrum tot een zeer goede klant rekenen.
Volgens hoofdassistente Kiymet Çakmak proberen de hulpverleners wel zoveel mogelijk Nederlands te praten. Als ik een Marokkaan groet, doe ik dat met salaam aleikum, maar al snel gaat het gesprek over in het Nederlands.'' Meestal gaat dat volgens Kiymet goed. Fatima Ben Chraka bevestigt dat. Zij is een Marokkaanse zorgconsulente en houdt zich bezig met astma, hartziekten, diabetes en andere chronische ziekten. Bij jongeren is het Nederlands nauwelijks een probleem meer. Bij ouderen wel. Zij hebben zoiets van 'ik ben toch oud, waarom zou ik nog Nederlands leren?' We proberen ze natuurlijk wel te stimuleren om op taalles te gaan. Maar eigenlijk kun je dat niet meer van ze vragen.''
Voorlichting is volgens de zorgconsulente hard nodig. Marokkaanse patiënten houden niet zo van medicijnen. Als ze zich goed voelen, stoppen ze direct met het gebruik ervan. Wij proberen ze dan te overtuigen toch gewoon door te gaan.''
Maatschappelijk werker Kees Steutel ervaart weinig taalproblemen, ondanks het feit dat hij niet zoveel Nederlandse patiënten heeft. Hoog opgeleide tweeverdieners zoeken meestal zelf een psycholoog. Die komen dus niet hier.'' Maar van de allochtonen die hij over de vloer krijgt, zijn de meesten nog redelijk jong. De tweede en derde generatie-allochtonen kunnen zich vaak prima uitdrukken.''
Steutel constateert wel een andere problematiek bij allochtonen. Naast de gebruikelijke werkstress, kom je ook veel integratieproblemen tegen. Ook hebben nogal wat allochtonen last van heimwee. Soms voelen ze zich mislukt omdat het leven in Nederland niet aan hun verwachtingen voldoet.''
Steutel zou dan ook niet graag in een ander centrum willen werken. Doordat alle disciplines bij elkaar zitten, kunnen we patiënten zowel geestelijk als fysiek goed begeleiden. Het wandelgangenoverleg tussen de hulpverleners is hier berucht.''
Daarnaast is Lombok volgens hem altijd in beweging. Ik constateer al jaren een stijgende lijn. Het is leuk om daar onderdeel van uit te maken. Ik zou dan ook nergens anders willen werken dan in Lombok.''
Utrechts Nieuwsblad | 08-04-2002 |Dimitri Tokmetzis
|