We houden jongens van de straat
Utrecht telt ongeveer honderdduizend jongeren. In de leeftijd van 12 tot 25 jaar zijn dit er ruim veertigduizend. Wat doen ze, wat willen ze, wat houdt ze bezig. Utrechtse jongeren vertellen het.
Naam: Hüseyin Tezcan
Leeftijd: 22
Bijzonderheid: Hüseyin is bestuurslid bij het Turkse jongerencentrum Ulu en zit in een Turkse dansgroep.
Ulu betekent vrij vertaald heilig. In de Turkse taal zet je voor heilige mensen, voorwerpen of gebeurtenissen het woord ulu. Ons centrum heet zo omdat het ooit begonnen is in de moskee Ulu aan de Kanaalstraat, maar we zijn geen onderdeel van de moskee.
Tien jaar geleden is het centrum opgericht door een groepje Turkse jongens uit Lombok op de zolder van de moskee. Het was vooral gericht op scholing, nu houden we ons vooral bezig met jongens van de straat te houden. Als ze hier bij ons op de Damstraat bezig zijn met tafelvoetballen, hangen ze tenminste niet buiten rond.
Voor de jongens en tegenwoordig ook meisjes van Ulu organiseren we de meest uiteenlopende activiteiten. We zijn wezen schaatsen op de Vechtse banen, geven workshops over cultuur en religie en houden speciale Turkse feestjes.
Zo hebben wij met alle mannen jaarlijks een çigköfte party. Dat is een feest uit de Turkse traditie. Er wordt Turkse muziek gespeelt en één man roert in rauw vlees en maakt dat langzaam heel lekker met allerlei kruiden. Uiteindelijk bakken we het vlees en eten we het op. Tegenwoordig komen de jongeren die naar Ulu gaan niet alleen meer uit Lombok. Ze komen ook uit Overvecht, Kanaleneiland en soms zelfs van buiten Utrecht. Officieel is het een Turks centrum, maar in principe is iedereen welkom. Ik vind niet dat dit centrum de integratie in de weg staat. Je zou kunnen denken: waarom noem je het dan zo expliciet een Turks jongerencentrum? Omdat wij van de gemeente subsidie krijgen om onze doelgroep, de Turkse jongeren, bezig te houden. Als wij ons zouden moeten gaan richten op alle jongeren in de wijk Lombok, moet het budget omhoog.
Daarnaast denk ik dat het goed is dat we juist met Turken onder elkaar zijn. Wanneer een Turks jochie op straat vervelend tegen iemand doet en een Nederlandse man spreekt hem daar op aan, dan is de kans klein dat het jochie naar de man luistert. Spreekt een Turkse man hem aan, dan zal hij zich meer aangesproken voelen. Vanuit dat principe werken wij hier bij Ulu. Niet alleen organiseer ik activiteiten voor het centrum, ik doe vaak ook mee. Zo zit ik met zeven andere jongens van Ulu in de Turkse volksdansgroep El Ele. Op zijn Nederlands Hand in hand. Volksdansen is hartstikke moeilijk. We oefenen iedere zondag drie uur in een gymzaal hier in de buurt. Eén dans oefenen kost soms wel maanden. Iedere beweging moet perfect zijn. Iedere regio in Turkije heeft zijn eigen dans. Zo komen mijn ouders uit Konya, daar dansen de mannen in lange jurken. Ze draaien veel rondjes, met hun armen gespreid en hun handpalmen naar boven. Dat is een specifiek kenmerk uit die regio.
Kleine details zijn bij de Turkse volksdans erg belangrijk. Aangezien ik zelf ook een jongere ben, sta ik dicht bij de jongens die bij Ulu langskomen. Regelmatig krijg ik dan ook vragen over bijvoorbeeld studeren. Ik heb veel doorgeleerd. Eerst de havo, daarna twee mbo- opleidingen en nu ben ik bezig met hbo bedrijfskader. Hierna wil ik nog verder gaan op de universiteit. Rechten lijkt me wel wat.
Op kamers wonen, net als andere studenten, hoeft van mij niet. Lombok is een gezellige wijk. Ik ben hier geboren en getogen en het gevalt me hier prima bij mijn ouders.
Utrechts Nieuwsblad | Jade Vening | 11-02-04
|