Rondje Lombok
Even wilde ik een thermoskan met koffie verkeerd meenemen. Maar dat deed me toch te veel denken aan Kopi Susu. Uiteindelijk liet ik de thermoskan met gewone koffie ook maar thuis. Want dat zou ik niet nodig hebben met Café West op de route. Maar dat was fout gedacht. Café West zit niet op de route van het Rondje Lombok. Wel de andere kant van de Vleutenseweg. Maar Café West valt goed beschouwd onder Nieuw Engeland.
Eigenlijk weet ik niet waarom ik ineens een Rondje Lombok wilde lopen. Misschien was ik getriggerd door de Ronde van Italië, de Ronde van Frankrijk en onlangs de Ronde van Spanje. Of moest ik eraan denken door het boekje ‘Rondje Utrecht’, met allerlei leuke fietsroutes in de provincie. Of misschien wilde ik een verzetje, om niet te veel hoeven te denken aan …
Nee, daar moet ik nu ook niet aan denken. Laat ik me maar bezighouden met de route die ik heb gelopen: het Rondje Lombok, ofwel de route ten oosten van de Billitonkade, ten zuiden van de Vleutenseweg, ten westen van de Kop van Lombok en ten noorden van de Leidsekade. Mijn doel was duidelijk: me te laten verrassen door mijn wijk. En te vergeten.
Ik begon bij de Abel Tasmanbrug. Met de brug in mijn rug ging ik eerst naar links. Eerst passeerde ik het kleinste museum van Utrecht, waar overigens nu niets te zien is. Vervolgens ging ik op het grote schaakbord daar staan, waar ik een prachtig uitzicht had op de Muntbrug en het Merwedekanaal. Elke keer ben ik weer verrast hoe mooi het daar is. Toen ik een paar meter verder liep, las ik een grappig postertje met een spreuk van Sodomitriop: ‘Wie geen hele paling wil eten, kan beter een kwartaal nemen’. Geen idee waar het op slaat, maar geinig is het wel. Net als de jeu de boulesbaan aan de ene kant en het HS Huisje aan de andere. Ik heb nog steeds geen idee wat voor huisje dit is. Wie het weet mag het zeggen. Ik laat me graag verrassen. Als het maar leuk nieuws is. Dit keer.
Voordat ik echt de Billitonkade op liep, groette ik nog even de Bankastraat. Daarna vervolgde ik de weg op de kade. Het bankje daar was nu wel vertrouwd, al is het anti-hondenpoepbordje nu wel nieuw. Vervolgens verbaasde ik me over een woonboot die open en bloot te zien was, zonder groene beschutting, en over een Afrikaans strohutje dat voor een andere woonboot stond. Ik stak de Kanaalstraat over. Als ik goed naar rechts keek, zag ik zeker …
Nee, niet kijken, niet kijken. Ik besloot mezelf niet te kwellen, en maar naar het kunstwerk van Joh. Camphuys te kijken. Vervolgens volgde ik mijn weg langs slecht zichtbare woonboten. Voor een van de woonboten zag ik een groot hobbelpaard. Aan het einde van de Billitonkade zag ik Café West. Maar ik kon me bedwingen. Nee, geen koffie daar, ik zou en moest aan de andere kant van de Vleutenseweg blijven.
Na een serie van redelijke saaie woonhuizen, viel mijn oog op nummer 322, het Klokkenatelier. Gaaf, al die oude klokken, vol tierlantijntjes. Maar het leukste zijn wel de pastaklokken, de specialiteit van het atelier. Nadat ik de J.P. Coenstraat was overgestoken, wilde ik even Peper & Flow binnen. Maar ik vreesde dat er alleen gegeten kon worden, en dat ik niet kon aanschuiven voor een kopje koffie. En ach, stel dat het wel kon, de koffie zou er toch veel minder zijn. Als er op de bankjes buiten niet van zulke vrolijke kussentjes hadden gelegen, was ik er vast somber van geworden.
En dus kachelde ik maar voort, totdat ik rechts de Van Heutszstraat op me af zag komen. Meteen stelde ik me voor hoeveel foutgespelde post de bewoners van deze Van Heutszstraat ontvangen. En wie was eigenlijk die Van Heutsz. Ik had geen idee. Het interesseerde me ook niet. Mijn hoofd was bij andere dingen.
Het valt me nu eigenlijk nog mee hoeveel me opviel van deze route. Bijvoorbeeld de huizen op de hoek van de Bandoengstraat. Aan de zijden van de ramen van de huizen met nummer 172, 174, 176 en 178 staan pilaren met een soort helmpjes. Heel apart. Even later zag ik op de hoek van de Riouwstraat een heel mooi zwart/wit balkonnetje. Niet veel later merkte ik op de hoek van de Javastraat het Sahara-koffiehuis op. Ik had best zin in koffie, maar niet hier.
Weer wat meters daarna leek de Borneolaan wel op het hoofdkantoor van SNS Reaal uit te komen. Alsof het de straat een grote entreehal was. Al vaak heb ik dat gebouw gezien vanuit Lombok, maar nog nooit leek de bank zo dichtbij.
Op nummer 50 hield de Vleutenseweg ineens op. De huizen met de nummers 2 tot en met 48 kon ik niet vinden. Wel zag ik nadat ik de Damstraat overstak een oude foto en veel kunst. Achter al dit moois zag ik het grote braakliggende terrein waar we Buenos Aires moeten gaan beleven. Nu is het een veld vol hoog onkruid. Het was een afschuwelijke plek geweest, als lokale kunstenaars niet iets moois tegen de dwanghekken hadden gehangen. Zoals die tekening met het monster van Lombok. En zoals de intrigerende kreet HiLo, met daaronder ‘Toekomstigverlies.nl’. Hoe toepasselijk. Want een groot verlies zal het zijn, later dit jaar …
Al zal die site daar vast niet over gaan. Waarover wel, wist ik niet.
Ik had helaas geen internet bij de hand.
En ook geen fiets. Zodat ik ook niets had aan het bordje van Knooppunt 26 van het fietsroutenetwerk.
Op het moment dat de Kanaalstraat overstak, zag ik links de Ulu Moskee. Meteen besefte ik dat ik hier nog nooit was geweest. Sowieso is zo’n wandeling confronterend. Heel veel heb ik nog niet gezien, nog meer heb ik niet beschreven. Nou ja, vanaf 1 december tijd zat …
Al snel liep ik voorbij een andere afrastering. Ik had geen idee wat men hier zou gaan bouwen. Nu was er nog wat kunst te zien. Bijvoorbeeld een poster met de tekst ‘Plotslich diese übersicht’ . Ik was duidelijk niet de eerste die hier langskwam. Een voorganger had de s van ‘plotslich’ veranderd in een ‘z’. Daarnaast zie ik een soort filmbeelden van de Muntbrug en de Muntsluizen. Zoveel moois leek ineens heel ver weg.
Ik boog naar rechts en zag daar de eerste huizen van de Leidsekade. Dan weer de Damstraat over, en het voetpad op langs de Leidsche Vaart. Links blijkt de Leidsekade over te zijn gegaan in de Timorkade. Ik zwaaide naar het kunstwerk van Esther Derkx in de verte, en ging het Molenbruggetje op. Misschien wel de mooiste brug van Lombok. Daarna liet ik de molen, de dieren en de kinderen met hun haastige ouders links van mij. Nadat ik het Molenterrein had verlaten, ging ik meteen links het voetpaadje op. Hier trok de schommel mijn aandacht. Of beter gezegd de twee gele muurtjes die de schommel dragen. Op deze muurtjes zag ik ineens allerlei spreuken staan, in vele talen. ‘ Rood wit blauw, we spelen samen met jou’, is misschien wel de lieflijkste.
Het pad gaat over in een hondenspeelruimte (met opruimplicht). Ik stak een klein bruggetje over, ging naar links, knikte beleefd naar een spelende hond en zijn zuchtende baas, ging naar rechts en stak de hangbrug over. Dit keer geen hangjongeren hier, maar wel zitjes op deze brug. Die waren me nog nooit opgevallen. Net zoals het bankje verderop, met vast en zeker het raarste uitzicht van heel Lombok: enkel hoog gras. Hier zou ik lekker kunnen zitten, peinzen en wellicht huilen, als het 1 december echt zo ver is.
Maar nu liep ik door. Langs het Parkhuis, links de J.P. Coenstraat in. Aan de overkant vielen me de vrolijke gekleurde vogelhuisjes meteen op. Voor de brug boog ik rechts, waarna ik me weer op de Leidsekade bevond. Prachtige huizen staan hier toch, met die balkonnetjes en die hoge erkers. En hun te hoge prijzen. Drie huizen achterelkaar staan te koop.
En zo liep ik weer de Abel Tasmanbrug op.
Ongeveer 4 km verder.
In een wandeling van zo’n 50 minuten.
Ik heb weer veel ontdekt in deze wijk. Maar weet zeker dat er nog veel te ontdekken is.
Deze wandeling zal ik dan ook nog vaak lopen.
Vooral na 1 december.
Wat moet ik anders als Kopi Susu straks dicht is ….
Joost|20-9-10 | omhoog
|
|