Wie houdt de hand op de knip?
De wet van Murphy voor woningverbetering: Een verbouwing is altijd duurder dan je hoopt en eigenlijk kunt betalen. De brandende vraag voor veel huiseigenaren binnen de lopende projecten in Lombok is dan ook wie er op toeziet dat de prijs van de geplande ingrepen zo laag mogelijk blijft. Projectleider Henk Rempe en inspecteur Christ Schuurmans belichten ieder hun eigen rol.
Henk Rempe is namens de gemeente Utrecht en in opdracht van het Wijkbureau projectleider voor drie projecten: Leidsekade blok 2 en Abel Tasmanstraat blok 1 en 2. Als zodanig is hij van begin tot eind als regisseur bij de renovatie betrokken: Ik doe de deur open en als alles klaar is en financieel netjes afgehandeld, doe ik de deur ook weer dicht.
Vlak na zijn studie was hij al in Lombok present als bouwinspecteur, nu is hij terug als projectleider. Dan is het natuurlijk geweldig om te zien hoe de zaak vooruitgaat.
Als coördinator is hij de aangewezen man om de projecten langs alle hobbels op de weg te voeren. Want laten we eerlijk zijn: ieder project heeft op een gegeven moment een dip. Een paar mensen tekenen niet, de financiering komt niet helemaal rond, al die zaken moet je als projectleider zien op te lossen. En natuurlijk kan het altijd beter, maar op het moment loopt het aardig. Daarbij zijn twee dingen van belang. De overheid draagt de helft bij in de kosten, dat is belastinggeld, dus daar kun je ook voorwaarden aan stellen. Maar anderzijds moeten aannemers en architecten zich ook realiseren dat het uiteindelijk om de bewoners gaat: het is hun huis, zij moeten zich er happy bij voelen. En zij zorgen trouwens voor de andere helft van het geld.
Nieuw bloed | Inspecteur Christ Schuurmans heeft een groter gebied onder zn hoede. Zijn bemoeienis met de verschillende projecten heeft vooral te maken met het zogeheten Programma van Eisen waaraan de renovaties moeten voldoen. Samenvattend gaat het er dan om dat de woningen na de renovatie vijftien jaar onderhoudsvrij zijn, afgezien van bijvoorbeeld schilderwerk natuurlijk. Als inspecteur zie ik er op toe dat alle plannen aan die eisen voldoen.
Het merendeel van de architecten die bij de renovatie betrokken zijn, kennen die eisen zo langzamerhand wel. Christ Schuurmans: Het wordt wat lastiger als een blok een nieuwe architect kiest. Nieuw bloed is op zich positief, maar het kost ons meer tijd.
De inspecteur velt desgevraagd ook oordelen over de vraag of bepaalde ingrepen nu wel of niet noodzakelijk zijn. Neem bijvoorbeeld een halfrotte vloer. De architect wil die helemaal vernieuwen, de bewoner ziet liever een minder ingrijpende en goedkopere oplossing. Dan ga ik zelf kijken en hak ik de knoop door, uitgaand van het Programma van Eisen en wat subsidiabel is.
Scherper | Nu de recessie aanhoudt, letten eigenaars nog beter op hun portemonnee. Maar wie bewaakt nu eigenlijk de kosten van de renovatie? Inspecteur Christ Schuurmans: Als gemeente hebben we weinig invloed op de basisprijsvorming. De eigenaars zoeken zelf een architect en hij is dan de vertrouwensman voor de bewoners, hij moet ook de kostendeskundigheid in huis hebben om de offertes van de aannemers te beoordelen. Een inspecteur weet natuurlijk wel veel van de kosten. Met de architect wordt altijd het kostenplaatje van tevoren besproken, zodat er geen gekke dingen in staan. Op basis van die uitkomsten wordt in de meeste gevallen onderhandeld. Vervolgens kiezen de eigenaren een aannemer en daarmee ligt de prijs eigenlijk vast.
Daarmee is het dus een zaak van architect en eigenaren om ervoor te zorgen dat de kosten niet uit de klauwen lopen. Als de bodem van de geldkist in zicht komt zal een eigenaar dan ook zelf met zn architect moeten overleggen.
Ondertussen is de renovatie als geheel inmiddels in zn nadagen is beland. Voor de basisprijsvorming is dat niet gunstig, denkt Christ Schuurmans. Een jaar of wat geleden, toen aannemers wisten dat er nog meer werk in de pijplijn zat, was de concurrentie scherper.
Meerwerk, meer geld |Op zich loopt alles gesmeerd, aldus bewoner Bert Veen uit de JP Coenstraat. In zn algemeenheid zijn we heel tevreden over de aannemer en de manier waarop hij werkt. Maar wat wel stoort is dat er bij vrij veel huizen nog allerlei verborgen gebreken aan het licht komen, die voor meerwerk zorgen en dus ook de kosten nog eens flink opjagen. Bij de vooropname, de koude of de warme, zijn kennelijk dingen over het hoofd gezien.
Dat is deels stomme pech, aldus projectleider Henk Rempe. Zelfs een muur die geen enkel scheurtje vertoont kan afbrokkelen als je het kozijn vervangt. Dat moet je herstellen en dat kost geld. Maar zichtbare gebreken kun je misschien de architect aanrekenen.
En de inspecteur dan? Christ Schuurmans: Wij lopen maar bij een paar opnames van huizen mee. In principe moet de architect daarna weten aan welke eisen de renovatie moet voldoen. Maar als er later nog onverwachte mankementen opduiken, zijn die doorgaans ook gewoon subsidiabel, als ze tenminste nodig zijn op grond van het Programma van Eisen.
Op zich zien de bewoners wel in dat het meerwerk vaak onvermijdelijk is, aldus Bert Veen. Het moet gewoon gebeuren, maar de communicatie daarover met de architect loopt jammer genoeg wat stroef. Daarnaast moet je extra leningen afsluiten, of je hypotheek verhogen. Dat moet je allemaal maar zien op te brengen.
Bureau Movement | Chris Bos | 12-3-02
|