'Een kind van zes tikt hier al een ruit in'
Meer blauw op straat is niet de enige remedie tegen jeugdcriminaliteit. Het blauw moet ook ánders op straat. In Utrecht kent de politie de raddraaiers tenminste weer.
Ze stonden op straat, sinds de sluiting van het jeugdhonk Westside. Marokkaanse jongens, sommigen nog schoolgaand, anderen notoire 'veelplegers' die de samenleving de rug hadden toegekeerd. Op de hoek van een snackbar, voor een Turkse shoarmazaak, soms zelfs samenzweerderig in de speeltuin die bedoeld was voor hun jongere zusjes of broertjes. De Utrechtse politie maakte zich al lange tijd zorgen. Ze zag jongens 's ochtends met een rugzak vol boeken de bus pakken naar school. 's Avonds stonden diezelfde jongens op straat samen met jonge crimineeltjes. Bewoners in de wijk klaagden steeds vaker over jeugdcriminaliteit. Na de sluiting van het jeugdhonk steeg het aantal aangiftes van auto-inbraken, winkeldiefstal en mishandeling. Volgens de politie waren de misdrijven het werk van 'de risicojongens', een groep van ongeveer vijftig jongens in de wijk. De één ging uit verveling meedoen, de ander vanwege problemen thuis.

Westside
De Utrechtse politie heeft sinds 1 april een speciaal team gestationeerd in Lombok. Het gevreesde toekomstbeeld dat doorgewinterde criminelen hun jongere broertjes meetrekken, waardoor de jeugdcriminaliteit niet beperkt blijft tot één verloren generatie, is al enkele jaren werkelijkheid. De politie denkt die spiraal nu te kunnen doorbreken. Simpelweg door de jongens uit elkaar te trekken, en daarbij intensief samen te werken met welzijnswerkers.
Sindskort is Westside weer open. Het pand aan het eind van de Kanaalstraat is geverfd, nieuwe, frisse jongerenwerkers lopen in en uit. Een foto op het prikbord in de gang van het jeugdhonk illustreert misschien wel nog het best de recente geschiedenis van het welzijnswerk in de achterstandswijk. Tussen zes Marokkaanse jongens die brutaal de lens inkijken, staat een voormalig jongerenwerkster. Ze lacht. Een jaar na het nemen van deze foto, zou in dezelfde kamer een van de jongens van de foto een pistool op haar hoofd richten. Westside sloot de deuren.
Het jeugdwerk is in de wijk in het verleden te soft geweest voor de probleemjongeren. Goedbedoelde activiteiten ontaardden in vechtpartijen en vernielingen. Jeugdwerkers verlieten overspannen de wijk. Of ze werden wegbezuinigd. Het nut van welzijnswerk in wijken als Lombok is lange tijd openlijk betwijfeld. Het is de politie die het 'ouderwetse' club- en buurthuiswerk weer nieuw leven heeft ingeblazen. Er zijn nieuwe hulpverleners aangetrokken: jonge mensen van de sociale academie en Marokkaanse werkers. De aanpak is wel een stuk zakelijker dan vroeger. De jeugdwerkers wachten niet meer passief op nieuwe bezoekers. Symbolischer nog: pal naast Westside opende de politie vorig jaar een eigen kantoor.
Agente Petra Niessen overlegt wekelijks met de opbouwwerkers. Probleemjongens die door de politie zijn opgepakt, draagt zij eigenhandig over aan de hulpverleners. Niessen is één van de twintig agenten die de Utrechtse korpsleiding heeft vrijgesteld voor deze nieuwe werkwijze. ,,We proberen met iedere opgepakte jongen die nog niet tot de 'harde kern' hoort, een gesprek te houden. De ouders zitten daar ook bij. Ik ben maar een enkele ouder tegengekomen die niet betrokken was bij zijn kind. De problemen komen vaak voort uit onmacht.'' De twintig agenten blijven acht maanden in de wijk. Ze brengen eerst de
jonge criminelen in kaart, helpen en passant het jongerenwerk erboven op en vertrekken dan weer als team naar een volgende probleemwijk. Utrecht zweert bij het in standhouden van het jeugd- en buurtwerk in moeilijke wijken. Niet uit idealisme, maar uit pragmatisme. Om de wijk aan te pakken grijpt de politie terug op een oude recherchemethode. Agenten lopen veelvuldig in burgerkleding door de wijk. Een perfecte manier om de buurt ongedwongen te leren kennen, zegt agente Niessen. ,,In het begin liep het hele team in burgerkleding. We kwamen overal en probeerden de jongens te leren kennen die zich de hele dag op straat ophouden.'' De politie maakt zelfs 'smoelenboekjes' -een politieschriftje met foto's, naam en geboortedatum van geregistreerde jeugdcriminelen uit de wijk. Met dat boekje op schoot, verbindt het Cityteam van Niessen de 'poppetjes' aan de dagrapporten van het hoofdbureau.
Elke ochtend neemt het Cityteam de nachtrapporten door van politie Utrecht. Om 22.16 uur is op de J.P. Coenstraat een auto-inbraak gepleegd. De observatielijst van het Cityteam wordt er naast gelegd. En dan begint het grote puzzelen. In het observatieboekje van het team staat dat om 21.38 Rachid, genaamd Kakkerlak, op de hoek stond van de J.P Coenstraat. Het smoelenboek vermeldt verder dat Rachid al eens is veroordeeld voor auto-diefstal. Het observatielijstje wordt verder nagepluisd. De afgelopen dagen is Kakkerlak steevast gezien in gezelschap van Karim, alias De Neus. Karim draagt vaak een rood petje. Het klopt precies met een getuigenverklaring van een waakzame buurtbewoner.
De politie richt het vizier daarop nog meer op Karim en Rachid. Besloten wordt tot een overvalsactie: een busje, volgeladen met agenten wacht 's nachts op een parkeerplaats bij een dure auto. Zodra de jongens hun slag willen slaan, springen de agenten tevoorschijn en arresteren de dieven. Nadeel: zes van de twintig agenten zullen hierna hun burgerkleding moeten verruilen voor het uniform. Ze zullen immers voortaan door de jongens worden herkend als 'Politie!'.
Een andere methode om de wijk leefbaarder te maken, is het inschankelen van het in ere herstelde jeugdhuis. Niessen: ,,Veel van de delicten die de jongens plegen komen uit verveling. We moeten ze van de straat krijgen.'' De
politie en de stichting Welzijn Utrecht ontwikkelen sasmen plannen voor een
ouderondersteunings-programma. Ook zijn er bijeenkomsten voor Marokkaanse vaders die hun zoons willen ondersteunen om goed terecht te komen. Het is een moeizaam proces, heeft Niessen ervaren. ,,Westside is niet voor niets dichtgegaan. De bedreigingen en vernielingen haalden het laatste beetje vertrouwen weg bij de bezoekers en werkers. De jongeren uit de wijk keerden zich tegen het welzijnswerk. Die willen een frisse start, maar de jeugd volgt dat met argwaan.'' In de nieuwe werkwijze wijst de politie alle 'beginnende' criminelen door naar het jeugdwerk. Dat zijn jongens die een auto-inbraaken hebben gepleegd, zijn betrapt op winkeldiefstal, soms zelfs op mishandeling of straatroof. Ondanks de ernstige delicten blijft de politie hen zien als jongens waar het nog goed mee kan komen. Ze krijgen een proces-verbaal mee, én een folder van het jeugdhonk. Tegelijk wordt de harde kern juist zo veel mogelijk geweerd uit het buurthuis. Zij krijgen zeker geen uitnodiging om een keer in het buurthuis te komen tafelvoetballen of te fitnessen. Met de 'veelplegers' wordt vooral 'geknokt'. Memet en Hüseyin, Turkse agenten die hun jeugdjaren doorbrachten in Lombok, deden dat een jaar geleden nog in de probleemwijk Zuilen. ,,Soms rolden we op een dag meerdere keren met Marokkaanse jongeren over straat.'' Het repressieve beleid in Zuilen is ongeschikt voor Lombok, waar de situatie nog minder uit de hand is gelopen. In deze wijk werkt sociale dwang beter, gepaard aan constant observeren, vindt de politie. Het is zaterdagavond rond een uur of tien. Petra Niessen, in burgerkleiding, belt Memet en Hüseyin, die op surveillance zijn. Niessen vraagt of het busje langs een groepje jongens wil rijden in de Huetstraat. ,,Goedeavond, heren!''. De jongens, sommigen met de capuchon ver over de ogen getrokken, reageren nauwelijks. Hun gezichten zijn slecht te zien bij het schrale licht uit een portiekwoning. ,,We lopen zo door'', zegt één met een schorre stem. ,,We doen niks'', zegt een ander. In zijn hand houdt hij een joint.
Memet draait zijn raam dicht zonder één moment zijn blik van de jongens af te wenden en rijdt vervolgens tergend langzaam door. Om de hoek wordt het smoelenboekje meteen van het dashboard gehaald. ,,Stond Olifant erbij?''. ,,Nee, Abdullah wel.'' Memet en Hüseyin hebben de wijk zien veranderen, maar vooral de jeugd. Hüseyin: ,,Wij haalden vroeger ook kattekwaad uit. Maar wel minder erg dan de jongens nu doen. Een kind van zes tikt hier uit verveling al een ruit in. Als hij negen opent hij soms al een auto. Ze worden door bijna niemand teruggefloten.'' De volgende dag hebben Memet en Hüseyin weer samen dienst. 's Avonds stoppen ze voor een pizzeria. Een Marokkaanse jongen met een rastakapsel en een baseball-petje beent met een norse blik voorbij. Als hij voorbij het politiebusje is, kijkt hij nog even achterom en herkent door het glas Hüseyin. Hij trekt meteen een grimas 'Hé, Rasta!' Met pretogen komt hij de agent langdurig de hand schudden, om vervolgens de eigen hand naar islamtisch gebruik tegen het hart te drukken. 'Gaat het goed', vraagt Hüseyin. De jongen knikt. Hüseyin kijkt hem na. ,,De laatste tijd is heel rustig. Hij heeft andere vrienden. Wie had dat ooit gedacht. Hij zorgde vroeger voor heel veel problemen.'' Terwijl de twee agenten verder gaan met hun surveillance, heeft Petra Niessen op de kleine politiepost een getuigeverklaring afgenomen van een buurtbewoner die heeft gezien hoe een Marokkaanse jongen een Nederlands kind heeft afgeperst. Het ging om een klein geldbedrag. Niessen kent de jeugdige dader en ook zijn vader. Over een maand vertrekt het team weer uit Lombok naar de volgende probleemwijk. Ook daar moet het club- en jeugdhuis op poten worden gezet, moet het team de jongens leren kennen om de harde kern te isoleren. De districtschef van Niessen heeft voorgesteld de wijk Hooggraven na Lombok onder handen te nemen. Ook daar zal dan een deel van het politieteam meermalen per dag surveillances draaien, terwijl de anderen de wijk in burgerkleding verkennen, de veelplegers observeren en de risciojongens persoonlijk afleveren bij het buurt- en clubhuis. Niessen: ,,De jongens moeten bezig gehouden worden. Als we dat niet doen, zakt de wijk in en loopt de criminaliteit de spuigaten uit. Om een wijk te redden, moet je het systeem kraken om weer vat te krijgen op een buurt. Anders blijven agenten rennen van de ene melding naar de ander. ''
De namen van de Marokkaanse jongeren en de aliassen zijn gefingeerd.
Trouw | Malika el Ayadi | 21-6-2002
|