De Ster in oorlogstijd
Over houthandel De Wit, gedurende de Tweede Wereldoorlog, doen verschillende verhalen de ronde. Terwijl boven de zaagvloer zaken gedaan werden met de Duitsers zouden onder de zaagvloer zich onderduikers ophouden. Hoe betrouwbaar zijn die verhalen?
Het Dagboek Houtcentrale Utrecht 1940-1945 (Utrecht, 2010) geeft ons een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van een grotere Utrechtse houthandel gedurende de oorlogstijd. Het dagboek, geschreven door boekhouder J. Verhoef, kwam in 1982 te voorschijn bij het ruimen van een oud bureau. In een verborgen ruimte werd een ordner aangetroffen met daarin 200 vellen getypt papier. Peter Sprangers, secretaris van de historische kring Tolsteeg Hoograven, redigeerde het bedrijfsdagboek.
Van vrije handel in hout is tijdens de oorlog geen sprake. Verplichte leveranties, van hogerhand vastgestelde prijzen en heel veel papieren met bijbehorende stempels, bepalen de nieuwe marktordening. Maar de boekhouder van de Houtcentrale is creatief en goed in ‘vercijferen’. Zo blijft er als gevolg van ‘maatverschil’ hout over. Met het extra geld dat zo ‘verdiend’ wordt kunnen, op de zwarte markt, levensmiddelen voor het personeel gekocht worden. En soms kan er rechtstreeks geruild worden met Scheveningse rokerijen: zaagsel voor verse vis.
Op 7 oktober 1944 moeten alle Utrechtse mannen in de leeftijd van 17 tot 50 jaar zich melden (met medeneming van een schop) op het Vreeburg. Daarna wordt in de middag van die 7e oktober jacht gemaakt, in alle Utrechtse wijken, op mannen die zich niet gemeld hebben. De houtloodsen van de Houtcentrale bieden een goede schuilgelegenheid voor de mannen die uit de handen van de Duitsers willen blijven.
In Lombok zal het niet anders gegaan zal dan in Hoograven. Het molenerf zal op die bewuste 7e oktober onderdak geboden hebben aan mannen die de onvrijwillige dienstplicht wilden ontlopen. Ook onder de zaagvloer van De Ster zullen zich mannen schuilgehouden hebben. Een deel zal daar ook de nacht doorbrengen. Pas in de loop van zondag 8 oktober wordt het weer wat veiliger.
De verhalen over onderduikers onder de zaagvloer zijn dus een beetje waar. Het onderduiken was slechts van korte duur. Schuilhouden is een correctere omschrijving. Over het werken met ‘maatverschillen’ en het maken van ‘vercijferingen’ door fa. De Wit gedurende de oorlogsjaren is mij niets bekend.
Piet van Os





